|
|
|
|
Gentherapie nieuwsOp deze pagina willen we U op de hoogte houden van de nieuwe wetenschappelijke resultaten van Nederlands gentherapie onderzoek (suggesties graag naar de webmaster ). Daarnaast wordt hier ander voor NVGT leden relevant nieuws geplaatst. Nieuws
Labyrint uitzending Gouden genen. Programma over het belang van genetische aanleg en de mogelijkheden van gendoping bij topsport. http://www.wetenschap24.nl/labyrint/node/193
Op vrijdag 27 april heeft het NVGT voorjaarssymposium plaatsgevonden op het AMC in Amsterdam. Tijdens dit symposium heeft de algemene ledenvergadering van de NVGT plaatsgevonden. Het bestuur heeft de ledenvergadering gehoord over het verbreden van de nederlandse vereniging voor gen therapie tot een vereniging voor gen en (stam)cel therapie. Het onderwerp staat op de agenda en het bestuur zal de meningen zoals kenbaar gemaakt tijdens de vergadering in haar besluitvorming meenemen. Dr. C. Bangma en Prof.Dr J. Vossen treden uit het bestuur en Prof.Dr. G. Wagemaker is toegetreden als lid.
De Greiner Award voor het beste nederlandse proefschrift op het gebied van gen therapie voor 2006 is toegekend aan Dr Janik Adriaansen voor zijn proefschrift getiteld "Local gene therapy for the treatment of arthritis".
Vrijgeving immunologische geneesmiddelen Immunologische geneesmiddelen, waarmee proeven worden genomen in het kader van medisch-wetenschappelijk onderzoek bij mensen, mogen slechts worden afgeleverd nadat ze van overheidswege zijn vrijgegeven. Dit om de kwaliteit, de veiligheid en de homogeniteit van partijen van die geneesmiddelen extra te waarborgen. Deze vrijgave is een verantwoordelijkheid van de IGZ, maar wordt feitelijk uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Sinds het wijzigen van de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO) op 1 maart 2006, worden de onderzoeksdossiers ook getoetst door de Medisch Ethische Commissie (METC’s) en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CMO). Zij hanteren hiervoor dezelfde criteria als het RIVM. In de nieuwe Geneesmiddelenwet, die naar verwachting in de loop van dit jaar (mogelijk op 1 maart) van kracht zal worden, komt de vrijgave door de IGZ van immunologische geneesmiddelen voor onderzoek te vervallen. Vooruitlopend hierop heeft het ministerie van VWS besloten zo snel mogelijk een eind te maken aan de dubbele toetsing. Dit betekent dat immunologische geneesmiddelen die na 1 maart 2007 worden toegepast in een klinische studie, niet meer vrijgegeven hoeven te worden door de IGZ. zie http://www.igz.nl/fabloket/fablok_gneesmiddelen/vrijgeving_geneesmiddelen
Deelname aan het NVGT voorjaarssymposium 2007 is gratis voor leden. Om voor gratis deelname in aanmerking te komen dient u er zorg voor te dragen dat uw contributiebetaling uiterlijk 1 april 2007 door de vereniging is ontvangen! Nieuwe Webmaster Piter Bosma (p.j.bosma@amc.uva.nl)
Nieuwe Webmaster Vanaf heden zal Piter Bosma de taak als webmaster van de NVGT op zich nemen. Jort Vellinga en Rob Hoeben zullen daarmee niet langer aanspreekpunt zijn voor zaken betreffende deze site. Vanaf hier wensen we Piter veel succes bij deze nobele taak! Jort & Rob
Retroviral gene therapy heals skin disorderJunctional epidermolysis bullosa (JEB), a genetic disease of basement membrane components, causes blistering and sometimes fatal skin infections, often after minimal injury. Now De Luca and coworkers have shown that transplanting genetically modified skin cells onto the lesions of a JEB patient has long-lasting beneficial effects. The researchers transplanted the patient’s own primary keratinocytes, which had been transduced with a retrovirus vector expressing LAMB3, a normal allele of which was missing in the patient. Normal-looking epidermis appeared within eight days and lasted for one year (the term of the follow-up). In biopsies done at one and four months, the researchers could detect vector-specific sequences and normal levels of the transcript throughout transplanted areas. They also found normal levels of associated proteins LAM5-γ2 and α6β6 integrin, indicating that the laminin was properly assembled. No inflammatory response was detected in the patient and a detailed analysis of the insertions in transplanted areas showed no evidence of clonal selection of cells with particular insertion sites. This last result allayed fears that random retrovirus insertion could lead to genotoxicity, as was previously observed in some severe-combined immunodeficient patients receiving retroviral gene therapy. (Nat. Med. 12, 1397–1402, 2006)
New Method of Gene Therapy Alters Immune Cells for Treatment of Advanced Melanoma; Technique May Also Apply to Other Common Cancers
Morgan RA, Dudley ME, Wunderlich JR, Hughes MS, Yang JC, Sherry RM, Royal RE, Topalian SL, Kammula US, Restifo NP, Zheng Z, Nahvi A, de Vries CR, Rogers-Freezer LJ, Mavroukakis SA, Rosenberg SA. Cancer regression in patients mediated by transfer of genetically engineered lymphocytes. Science Express. Online August 31, 2006.
Shedding is een belangrijk
onderdeel bij de risicobeoordeling van gentherapie-experimenten. Het vrijkomen
van de genetisch gemodificeerde virusdeeltjes zou namelijk kunnen leiden tot
infecties en genoverdracht naar mensen rondom de patiënt, zoals verplegend
personeel en familieleden. Er zijn echter erg weinig gegevens bekend over
shedding. Hiernaast worden er verschillende testen gebruikt om shedding vast te
stellen waardoor de interpretatie van gegevens afkomstig uit de verschillende
studies bemoeilijkt wordt. Indien sheddingassays gestandaardiseerd kunnen worden
zal dit de risicoanalyse bij klinische gentherapiestudies ten goede komen. De
COGEM heeft daarom een onderzoek laten uitvoeren. Het rapport “Inventarisatie van sheddingdata en analyses: mogelijkheden voor standaardisering" laat zien dat shedding daadwerkelijk optreedt maar dat genoverdracht naar anderen nooit is vastgesteld. De onderzoekers concluderen hiernaast dat de ontwikkeling van een gestandaardiseerde test voor de detectie van shedding nagenoeg onmogelijk is. Sheddingassays worden namelijk afgestemd op de eigenschappen van het gebruikte virus. Omdat bij gentherapie vele verschillende virussen worden gebruikt met verschillende biologische eigenschappen is het niet mogelijk om voor elk virus een volledig gestandaardiseerde test te ontwikkelen. De standaardisatie kan volgens de volgens de onderzoekers wel verbeterd worden door een leidraad te volgen waarin verschillende stappen omtrent sheddinganalyses worden omschreven die bij het uitvoeren van een klinische gentherapiestudie moeten worden gevolgd. Het complete rapport is hier te downloaden van de COGEM website.
Under natural circumstances, human reoviruses are primarily respiratory and enteric viruses. A longstanding observation is that these reoviruses specifically lyse cells with activating mutations in the Ras genes. Such mutations are very common in human cancer. In a series of papers, dr. Onno Kranenburg and colleagues from the University Medical Centre Utrecht and the Leiden University Medical Centre, describe these phenomena in more detail. Their data demonstrate that the lysis of tumor cells with Ras mutations this is caused by the reovirus inducing apoptosis in tumor cells, but not in cells that have normal Ras genes. Further studies of Kranenburg and colleagues have analyzed the efficacy of Reovirus as an oncolytic agent against colorectal metastases in the liver. They demonstrate that the immune suppression enhances virus replication and increases the effect of the virus treatment on the tumors. However, whether immunosuppression is applicable and/or beneficiary in the treatment of cancer patients remains to be determined. Smakman, N., Van den Wollenberg, D.J.M., Elias, S.G., Sasazuki, T., Shirasawa, S., Hoeben, R.C., Borel Rinkes, I.H.M., Kranenburg, O. (2006) KRASD13 promotes apoptosis of human colorectal tumor cells by ReovirusT3D and oxaliplatin, but not by TRAIL. Cancer Res. 66: 5403-5408. Smakman, N., Van der Bilt, J.D.W., Van den Wollenberg, D.J.M., Hoeben, R.C., Borel Rinkes, I.H.M., Kranenburg, O. (2006) Immunosuppression promotes reovirus therapy of colorectal liver metastases. Cancer Gene Ther. (advance online publication)
Smakman, N., Van den Wollenberg, D.J.M., Borel Rinkes, I.H.M., Hoeben, R.C.,
Kranenburg, O. (2005) Sensitization to apoptosis underlies KrasD12-dependent
oncolysis of murine C26 colorectal carcinoma cells by reovirus T3D. J. Virol.
79: 14981-14985.
Er is een uitgebreid overzichtsartikel verschenen in het vakblad Human Gene Therapy over het eerste toegelaten gentherapie product. Het betreft hier Gendicine, een adenovirus met het p53 gen dat in China is toegelaten voor behandeling van hoofd- en halstumoren. Het Engelstalige artikel is voor iedereen te downloaden via de volgende link: Gendicine. Tevens is er een editorieel commentaar geschreven over dit product en de Chinese gentherapie. Dit commentaar is te downloaden via de volgende link: Editiorial (in het Engels en het Chinees). Zhaohui Peng (2005) Current Status of Gendicine in China: Recombinant Human Ad-p53 Agent for Treatment of Cancers. Hum Gene Ther 16:1016-1027
To explore the potential of non-human coronaviruses for oncolytic virotherapy Tom Würdinger and co-workers investigated whether the feline infectious peritonitis coronavirus (FIPV) could be targeted to human cancer cells. FIPV is a fast replicating positive strand RNA virus which normally only infect feline cells via the cellular receptor aminopeptidase N (fAPN). Interestingly, when fAPN was expressed on human cancer cells FIPV could efficiently enter these cells, resulting in a fast virus replication and the rapid destruction of these cells via fusion of the membranes of the infected cells and their neighboring cells, also called syncytia formation and typical for coronavirus replication. The next step they took was to target FIPV to a relevant tumor target thereby alleviating the coronavirus entry barrier. Würdinger: ”We constructed a bispecific single-chain antibody directed on the one hand against the feline coronavirus spike protein - responsible for receptor binding and subsequent cell entry through virus-cell membrane fusion - and on the other hand against the human EGF receptor. The targeting antibody mediated specific coronavirus infection of EGF receptor-expressing cancer cells. The virus was able to replicate within the cancer cells resulting in the formation of syncytia.” By their potent cytotoxicity the selective targeting of non-human coronaviruses to human cancer cells provides a rationale for further investigations into the use of these viruses as anti-cancer agents T. Würdinger, M. H. Verheije, M. Raaben, B. J. Bosch, C. A. M. de Haan, V. W. van Beusechem, P. J. M. Rottier and W. R. Gerritsen. 2005 Targeting non-human coronaviruses to human cancer cells using a bispecific single-chain antibody. Gene Ther. 12: 1394-1404. link
TER INFO Niet puur gentherapie, maar wellicht toch nuttig voor Nederlandse Gentherapeuten ?! Eind september komt de brochure Vernieuwingsimpuls 2006 uit met informatie over en deadlines voor de Veni, Vidi, Vici rondes 2006. Wie een brochure wil ontvangen kan zich via www.nwo.nl/vernieuwingsimpuls opgeven.
New article Conditionally replicating adenoviruses (CRAds) selectively replicate in and thereby kill cancer cells. CRAds have, however, so far shown only limited efficacy as single modality treatment in clinical trials. Combining CRAds with conventional chemotherapy resulted in synergistic efficacy in a range of tumors. Gene-Directed Enzyme Prodrug Therapy (GDEPT) is more selective than chemotherapy. Therefore, in a recent issue of Gene Therapy,Dinja Oosterhoff and co-workers investigated combination treatment of human colon cancer cell lines with CRAds and GDEPT using two different enzyme/prodrug systems. On all cell lines tested, GDEPT with thymidine kinase/ganciclovir (TK/GCV) made CRAd treatment less efficacious. In contrast, expression of a secreted form of carboxylesterase (sCE2) combined with CPT-11 treatment markedly enhanced the efficacy of virotherapy. Based on this observation, they constructed a CRAd expressing sCE2. In the absence of CPT-11, this new CRAd was similarly effective as its parent in killing human colon cancer cells. Although CPT-11 treatment inhibited CRAd replication, it augmented the cytotoxicity of the sCE2 CRAd. These findings suggest that there is a delicate balance between GDEPT-induced cancer cell death and GDEPT-mediated impairment of CRAd replication. Apparently, in the case of sCE2/CPT11 GDEPT, but not TK/GCV GDEPT, the positive effect of GDEPT on cancer cell death outweighed the negative effect of GDEPT on CRAd replication. Therefore, CRAd-sCE2/CPT-11 combination therapy might be useful for more effective treatment of colon cancer. Gene Ther. 2005 Jun;12(12):1011-8. Gene-directed enzyme prodrug therapy with carboxylesterase enhances the anticancer efficacy of the conditionally replicating adenovirus AdDelta24. D. Oosterhoff, H.M. Pinedo, M.A. Witlox, J.E. Carette, W.R. Gerritsen en V.W. van Beusechem http://www.nature.com/gt/journal/v12/n12/abs/3302492a.html
Amsterdam, 1 juli 2005 – Een tatoeage met DNA in de huid is een effectieve manier om het afweersysteem te activeren en vormt een belofte als nieuwe aanpak van infecties en bepaalde vormen van kanker. Dat concluderen wetenschappers Adriaan Bins, Ton Schumacher en John Haanen van Het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) in Amsterdam in het vakblad Nature Medicine van 1 juli. Het opwekken van een afweerreactie tegen ziekteverwekkers door klassieke DNA-vaccinatie in de spier komt doorgaans langzaam op gang. Zelfs na meervoudig vaccineren blijkt de afweerreactie zwak. Onderzoeker Adriaan Bins en zijn collega’s van het NKI-AVL hebben nu een zeer snelle en krachtigere vaccinatiemethode ontwikkeld. Daarbij wordt niet in de spier, maar in de huid gevaccineerd. Bovendien, in plaats van vaccineren met een injectienaald maken de onderzoekers gebruik van een tatoeageapparaat dat in een paar seconden 20.000 gaatjes in de huid ponst. Het voordeel van in de huid vaccineren is dat dit zeer snel, al binnen 12 dagen, tot een cellulaire afweerreactie leidt. Reden hiervoor is dat de huid een natuurlijke barrièrefunctie heeft en dus veel afweercellen bevat. Nadat een kleine hoeveelheid DNA-vaccin op de huid is gedruppeld, wordt het vaccin met het tatoeageapparaat in de huid geëtst. Bins: “De tatoeagebenadeling zorgt voor een lichte huidbeschadiging. Deze beschadiging is zeer belangrijk, omdat dit afweercellen mobiliseert en ze snel in contact brengt met het vaccin. Dit levert een geweldig krachtige afweerreactie op.” Bins: “De tatoeagebehandeling is een snel en eenvoudig proces. In vijf minuten is de tatoeage gezet en het enige dat je er aan overhoudt is een kortstondig branderig gevoel.” DNA-vaccinatie lijkt een veelbelovende nieuwe techniek voor de behandeling van bepaalde vormen van kanker. Bij deze vorm van vaccinatie krijgt de patiënt stukjes DNA (het DNA-vaccin) ingespoten. Het DNA bevat informatie over een eiwit dat bijvoorbeeld specifiek in huidkanker voorkomt. Wanneer afweercellen in contact komen met het eiwit worden deze cellen geactiveerd en ruimen ze de huidkankercellen op. Niercelkanker, huidkanker (melanoom) en baarmoederhalskanker zijn voorbeelden van typen kanker die gevoelig zijn voor aanvallen van het afweersysteem en mogelijk met DNA-vaccinatie kunnen worden behandeld. Begin 2006 denken de wetenschappers de eerste proeven bij mensen te kunnen doen. Dan willen ze patiënten met een uitgezaaide vorm van het melanoom, een agressieve vorm van huidkanker, behandelen met de tatoeagetechniek. Haanen: “Als die proeven blijken te werken, kunnen we de techniek grootschalig in het NKI-AVL gaan toepassen. We denken overigens dat deze behandeling ook een gunstig effect kan hebben op infectieziekten Ebola, SARS, Malaria en HIV. Belangrijk voordeel hierbij is dat deze DNA-tatoeagestrategie eenvoudig te introduceren zal zijn in landen met een minder sterk ontwikkelde gezondheidszorg, waar dit soort infecties een groot probleem vormen. In de komende jaren willen we daarom proberen om met hulp van de Bill and Melinda Gates Foundation de mogelijkheden van deze strategie te bepalen in de preventie van infectieziekten.”
New article De Oncolytic adenoviruses are more effective in killing cancer cells when they express exogenous p53 tumor suppressor protein in infected cells. However, some cancer cell types are refractory to the oncolysis-enhancing effect of p53. In the June 2005 issue of Molecular Cancer Therapeutics, Victor van Beusechem and colleagues from the VUmc in Amsterdam show that overexpression of the major negative p53 regulator MDM2, which targets p53 for degradation, is a molecular determinant of resistance to oncolysis enhancement by exogenous wild-type p53. To overcome this resistance, they ablated the MDM2-binding site in p53. A new oncolytic adenovirus expressing degradation-resistant p53 was more effective against cancer cells expressing high levels of MDM2, but not against cells with low MDM2. Victor van Beusechem commented, “At this year’s ASGT meeting, we reported that the oncolysis-inhibiting action of another p53 inhibitor, HPV-E6 overexpressed in cervical cancers, can be overcome similarly. Together, this suggests that we could compile a library of oncolytic adenoviruses targeted for different genetic aberrations in cancer. We could thus perhaps consider treating different tumors with tailored viruses designed to meet genetic changes in that type of tumor.” Van Beusechem, V.W., Van den Doel, P.B., Gerritsen, W.R. (2005) Conditionally replicative adenovirus expressing degradation-resistant p53 for enhanced oncolysis of human cancer cells overexpressing murine double minute 2. Mol. Cancer Ther., 4:1013-1018. http://mct.aacrjournals.org/cgi/content/abstract/4/6/1013
De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft Gerard Wagemaker benoemd tot bijzonder hoogleraar met de leeropdracht "Gentherapeutische toepassing van hematopoietische stamcellen".
Europese subsidie (FP6 IP, 2006-2010) is toegekend aan twee Nederlandse researchgroepen voor hun pre-klinisch en translationeel werk op het gebied van adoptieve transfer van T lymfocyten genetisch gemodificeerd met antigeen-specifieke receptoren ter behandeling van kankerpatienten. Klik hier voor meer informatie.
De
meeste mensen wijzen dierproeven af, zo blijkt uit onderzoek, maar ze willen wel
vaak meer weten. Die mensen kunnen sinds kort terecht op de website van de Stichting
Informatie Dierenproeven (www.informatiedierproeven.nl).
De stichting wil een zo objectief mogelijk beeld schetsen van dierproeven in
Nederland. Op de site staat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld websites van
tegenstanders van dierproeven, de mens als patiënt centraal en niet het dier.
De stichting staat achter de zogeheten drie V's: vervangen, verminderen en
verfijnen van dierproeven. ,,Maar dierproeven redden en verlengen ook
mensenlevens'', zegt woordvoerder F. van den Mosselaar. Voor de stichting staat
het patiëntenbelang voorop. ,,Daar is een goed onderzoeksklimaat voor nodig,
wat betekent dat dierproeven soms onvermijdelijk zijn, maar daar is wel een
maatschappelijk draagvlak voor nodig en dat willen wij met behulp van onze
website vergroten'', meent Van den Mosselaar. Stier Herman en schaap Dolly
hebben in Nederland geleid tot felle discussies en een 'monster-van-Frankenstein-denken',
vertelt C. Smit, initiatiefnemer en voorzitter van de VSOP (Vereniging van
Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties op het terrein van erfelijke en
aangeboren aandoeningen). Veel minder aandacht kregen de medicijnen die uit de
melk van deze transgene (door genetische manipulatie voorzien van een vreemd
gen) dieren zijn ontwikkeld. ,,En welke patiënt met suikerziekte staat er nog
wel eens bij stil dat de dagelijks toe te dienen insuline vroeger afkomstig was
van varkens en tegenwoordig uit kweekvaten wordt gehaald waarin Chinese
hamstercellen op grote schaal menselijk insuline produceren'', zegt Smit. Van de
wettelijke verplichting om medicijnen eerst op dieren te testen voordat ze op de
markt komen, is de gemiddelde Nederlander ook niet op de hoogte. Dat soort
feiten zijn allemaal op de website te vinden. Verder staat op de internetpagina
informatie over nieuw onderzoek met baanbrekende resultaten voor patiënten. Er
is ook aandacht voor de Dierexperimentencommissie (DEC), die beoordeelt of een
proef mag worden uitgevoerd.
REGELNEMING
DOOR GEDRAGSCODES GOED
GEBRUIK - Gedragscode gezondheidsonderzoek met lichaamsmateriaal
Deze
Code ontwikkelde gedragsregels voor wetenschappelijk onderzoekers die gebruik
willen maken van lichaamsmateriaal dat in eerste instantie, veelal in de patiëntenzorg,
voor een ander doel is afgenomen, met name voor diagnostiek. De Code is in de
periode 1999-2001 opgesteld door een breed samengestelde commissie van
onderzoekers vanuit diverse lidverenigingen van de FMWV, waarbij ook de KNMG en
het N.P.C.F. (Nationaal Patiënten- en Consumenten Platform) waren
vertegenwoordigd en voorts twee onafhankelijke juristen, waaronder uit het
bureau MedLawConsult. Voor zover het niet gericht is op borging en verbetering
van de kwaliteit van zorg (waarvoor patiënten altijd impliciet toestemming
gaven) is Nader Gebruik van Lichaamsmateriaal niet alleen onontbeerlijk voor
medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar dient het ook veilig te zijn en de
persoonlijke levenssfeer te eerbiedigen. Vandaar dat versleuteling vaak een
oplossing biedt. GOED
GEDRAG - Gedragscode gezondheidsonderzoek met gegevens
Na
goedkeuring door het bestuur van de FMWV in oktober 2003 is deze code, overeenkomstig de wet Bescherming Persoonsgegevens in april
2004 aanvaard door het College Bescherming Persoonsgegevens na bewerking door
MedLawConsult samen met de COREON van een ontwerpversie door een commissie van
RGO. Ook is een bewaartermijn aanbevolen. Bij de code behoort ook een opsomming
van meest gestelde vragen en antwoorden en uiteraard handleidingen voor
verstrekkers en onderzoekers. Zie www.fmwv.nl
voor meer informatie. De codes zijn via de FMWV ook in het Engels vertaald en via de diverse zusterverenigingen aangeboden aan Europese gezelschappen. Samenvattingen van de 'Gedragscodes gezondheidsonderzoek' en de Engelse vertalingen van de Codes zijn te vinden op www.fmwv.nl.
Trouw - Nederland, maandag 4 april 2005 Nieuwe therapie om fout in genen te repareren Amerikaanse gentechnologen hebben een methode ontwikkeld om kapotte genen te repareren. Het lijkt een veelbelovend alternatief voor de klassieke gentherapie die soms tot ernstige complicaties leidt. Bij de klassieke gentherapie ontvangen patiënten met een erfelijke ziekte een nieuw gen in hun lichaamscellen. Dat gen moet de werking van het kapotte gen compenseren. Maar in de praktijk levert dit gevaar op: het nieuwe gen kan zich op een verkeerde plaats in het DNA nestelen, wat tot kanker kan leiden. Van 15 patiëntjes met de afweerziekte SCID, onlangs succesvol met gentherapie behandeld, hebben er drie leukemie gekregen -een van hen is inmiddels overleden. De nieuwe methode, dit weekeinde gepresenteerd op de website van het vakblad Nature, moet zulke drama's voorkomen. De Amerikanen bouwen geen nieuw gen in, lukraak in het DNA, maar ze herstellen de genfout. Dat doen ze met zogeheten zinkvinger-nucleases. Zinkvingers zijn eiwitten die de DNA-fout opsporen. De nucleases knippen hem vervolgens los. Een goed stukje erfelijk materiaal, apart in de cel ingespoten, wordt daarna automatisch in het gat gemetseld. De Amerikanen hebben hun techniek uitgeprobeerd op cellen van SCID-patiënten. Dat werkte prima: bijna 20 procent van de behandelde cellen bleek gerepareerd. Ze hopen met hun methode weldra allerlei erfelijke ziektes te kunnen genezen. Dr. H. Haisma, hoogleraar therapeutische genmodulatie aan de Rijksuniversiteit Groningen, reageert enthousiast. ,,Een elegante techniek die zeker minder risico's met zich mee zal brengen dan de klassieke gentherapie. De eerste klinisch proeven kunnen misschien al binnen vijf jaar beginnen.'' Tot die tijd moet volgens Haisma worden uitgezocht of de methode geen onverwachte risico's oplevert. Overigens denkt hij niet dat de techniek voor alle genfoutjes geschikt is: sommige liggen te veel ingeklemd tussen allerlei eiwitten, waardoor ze waarschijnlijk onbereikbaar zijn. De klassieke gentherapie, die momenteel sterk wordt verbeterd, kan dus nog niet worden afgeschreven. Copyright: Trouw
De tekst van de lezing van Dr. Cees Smit 'Gentherapie en de patiënt: lang leve de onderzoekers!', gehouden op het NVGT/ZonMW symposium, is nu na te lezen. Download hem hier.
De COGEM heeft een verkenning laten uitvoeren naar de stand van zaken en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de gentherapie. Bij gentherapie wordt erfelijk materiaal in cellen gebracht om zo een 'gezond' gen toe te voegen of om een defect gen te repareren. Het rapport laat zien dat de nieuwe trends met name te vinden zijn in de verbetering van de huidige technieken om zo de risico’s verbonden aan gentherapie verder te beperken. Het analyseren en inschatten van de milieurisico's van gentherapie zal namelijk mede bepalend zijn voor het succes van deze therapie. [lees meer]
Winald Gerritsen is benoemd tot erelid van de NVGT! Lees meer op de bestuurspagina.
De French Health Products Safety Agency (Afssaps) maakt op haar website gewag van een nieuwe patiënt met een T-celproliferatie probleem na deelname aan een gentherapiestudie voor X-gebonden SCID. Bij patiëntjes met X-gebonden SCID is het afweersysteem ernstig gestoord door een mutatie in het gamma-C gen. In de Franse studie werd, met behulp van een retrovirale vector, een functioneel gamma-C gen teruggeplaatst in beenmergstamcellen van patiëntjes. Hiermee werd het afweersysteem in deze SCID patiëntjes hersteld. Dit zou hiermee het derde keer zijn dat leukemie optreedt in deze studie. Klik hier voor een link naar de Afssaps site. Eerdere gevallen zijn becommentarieerd in Het complete artikel is te lezen in: N. Engl. J. Med. 350 (2004): 1679-80 [Pubmed]
The EU has granted the GIANT project. GIANT is an Integrated Project (IP) subsidised by the European Commission through the Sixth Framework Programme. This project aims to address the current shortcomings in gene therapy for human prostate cancer. The research will develop targeted viral and non-viral vectors to deliver therapeutic genes specifically into prostate cancer cells, including those located within the prostate itself or, for the therapy of incurable androgen-independent prostate tumours, in metastatic sites such as the bone marrow and lymph nodes. The project is coordinated by Prof.dr. Norman J.M. Maitland (Department of Biology, University of York, United Kingdom). Fourteen groups, from the United Kingdom, France, Germany, Sweden, Czech Republic, and the Netherlands participate in GIANT. The three Dutch groups involved are Scuron in Rotterdam (Dr. Wytske van Weerden), the Leiden University Medical Center in Leiden (Prof. dr. Rob C. Hoeben), and Erasmus Medical Center, Rotterdam (Prof. dr. Chris H. Bangma). The Erasmus Medical Center will house the management office of GIANT.
De COGEM heeft een advies uit doen gaan over het klinisch gebruik van naakt DNA. Integratie en verspreiding van naakt DNA Vaccinatie met naakt DNA vectoren wekt hoge verwachtingen voor de behandeling van ondermeer infectieziekten en kanker. Naakt DNA is erfelijk materiaal met veelal een therapeutisch gen dat niet in een eiwitmantel verpakt is, zoals bij virussen. Onlangs is discussie ontstaan over de vraag of toepassing van naakt DNA in mens en dier valt onder het Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO). De COGEM is verzocht in verband hiermee te adviseren over de vraag of naakt DNA in het genoom ingebouwd kan worden en wat de mogelijke verspreidingsrisico's zijn.
OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORAANMELDINGEN voor het ZonMw Programma Translationeel Gentherapeutisch Onderzoek In de praktijk blijkt dat er op het gebied van de gentherapie een knelpunt ligt rondom de vertaalslag van het preklinisch onderzoek naar het klinisch onderzoek, het zogenaamde translationeel onderzoek. In opdracht van het ministerie van VWS heeft ZonMw het programma 'Translationeel Gentherapeutisch Onderzoek' ontwikkeld. Dit programma heeft als hoofddoelstelling het stimuleren van klinisch onderzoek na gedegen preklinisch onderzoek op het terrein van de gentherapie. Het programma heeft twee doelen: A. Preklinisch onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van nieuwe benaderingen, met het oog op vervolg in klinische studies. Hierbij kan worden gedacht aan het ontwikkelen van diermodellen en validatie van deze nieuwe benaderingen in dierexperimenten. De productie en kwaliteitscontrole van voor klinisch onderzoek geschikte batches gentherapievectoren verdient bijzondere aandacht. B. Klinisch onderzoek in fase I en/of II studies nadat evaluatie van preklinisch onderzoek daar aanleiding toe heeft gegeven, inclusief het ontwikkelen van klinische protocollen voor deze gentherapie studies. Opzet van het programma Het programma is gericht op de vertaalslag naar de kliniek. Het is daarom niet mogelijk om zuiver fundamenteel onderzoek te financieren. Bovendien kan preklinisch translationeel onderzoek alleen worden gefinancierd in combinatie met klinisch onderzoek. Er wordt daarom onderscheid gemaakt tussen twee typen projecten: Type A+B: Preklinisch translationeel onderzoek (doel A) + klinisch onderzoek (doel B). Type B: Klinisch onderzoek (doel B). Procedure De eerstvolgende deadline is 1 maart 2005. Vooraanmeldingen kunnen uitsluitend electronisch ingediend worden via ZonMw ProjectNet (zie subsidiewijzer op www.zonmw.nl). De ingediende vooraanmeldingen zullen overeenkomstig de ZonMw procedureset (zie ZonMw website) worden beoordeeld op relevantie, in het bijzonder de verwachte impact in de patiëntenzorg, en wetenschappelijke kwaliteit. Hierna zal ZonMw een aantal indieners uitnodigen een uitgewerkte aanvraag in te dienen. De deadline voor het indienen van de definitieve aanvraag zal 17 mei 2005 zijn. De indiener krijgt de gelegenheid om te reageren op de referentenoordelen. In september 2005 wordt de besluitvorming over de honorering van de projectvoorstellen afgerond. Meer informatie Een beschrijving van het programma en informatie over het indienen vindt u op www.zonmw.nl. U kunt bovendien contact opnemen met de programmasecretaris, dr. Marcella Hallemeesch (hallemeesch@zonmw.nl, 070-3495212) of de programmasecretaresse, mw. Judith Remmerswaal (remmerswaal@zonmw.nl, 070-3495201).
Door de Nederlandse Vereniging voor Gentherapie (NVGT) is de Greiner Award voor het beste Nederlandse proefschrift op het gebied van gentherapie ingesteld. Deze prijs, die gefinancierd wordt door de firma Greiner Bio-One, wordt jaarlijks toegekend aan een onderzoeker of onderzoekster die in Nederland het beste proefschrift heeft geschreven op het gebied van de gentherapie. Download hier meer informatie.
De Britse Gene Therapy Advisory Committee (GTAC) heeft een open brief doen uitgaan naar aanleiding van het optreden van tumoren na het gebruik van lentivirus vectoren. Hoewel de strekking van de waarschuwing nog niet duidelijk is, meent de NVGT deze waarschuwing hier te moeten doorgeven. Download hier de brief van GTAC. Vanuit het Paul Ehrlich Institut is op de brief van GTAC gereageerd. Download hier de reactie. De 'Health and Safety Executive' (HSE)van het Verenigd Koninkrijk heeft ook een toelichting gegeven en een aanbeveling. Download hier de HSE reactie .
Vanaf 1 oktober is het loket gentherapie van start gegaan. Informatie is te vinden op de website van Bureau GGO. De website van Bureau GGO wordt momenteel vernieuwd. Zodra de vernieuwde site wordt gelanceerd zal hier het adres worden doorgeven. Informatie over de beoordeling van klinisch onderzoek met gentherapeutica is te vinden in de nieuwe brochure: Leidraad voor de onderzoeker bij de beoordeling van klinisch onderzoek met gentherapeutica door officiële instanties.
In het nieuwste nummer van PLOS Biology wordt aandacht besteed aan de integratie van retrovirussen in het kern DNA. In het artikel van Bushman en medewerkers wordt de integratievoorkeur van drie verschillende retrovirussen vergeleken. De integratie van retrovirussen kan de expressie van nabijgelegen genen verstoren. Dit kan dan weer leiden tot het optreden van leukemie, zoals werd waargenomen in twee patiëntjes na gentherapie. Analysen zoals door de groep van Bushman kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van veiliger gentherapie vectoren. Mitchell RS, Beitzel BF, Schroder ARW, Shinn P, Chen H, et al. (2004) Retroviral DNA integration: ASLV, HIV, and MLV show distinct target site preferences. PLoS Biol 2(8): e234.
Previously,
investigators from the VUmc in Amsterdam reported that the capacity of
conditionally replicative adenoviruses (CRAds) to kill cancer cells is augmented
by incorporating an expression cassette for the p53 tumor suppressor protein in
the CRAd genome. In the August 15 issue of Cancer Research, a
collaborative research team from the Institut Gustave Roussy in Villejuif,
France, and the VUmc now presents a preclinical evaluation of the p53-expressing
CRAd for treatment of malignant glioma. They show enhanced efficacy of the new
CRAd against glioma cell lines and primary patient specimens in vitro and human
glioma xenografts in nude mice in vivo. Treatment efficacy was associated with
profound tumor morphology changes, adenovirus replication and apoptosis
induction. In addition, they provide preliminary safety data on normal human
brain explants, suggesting that replication of the CRAd is not entirely silent
in non-malignant tissue. Their data suggest that expression of p53 may have
utility for more effective CRAd treatment of human malignant glioma and that
further restriction of CRAd replication in normal brain cells might be required. Geoerger, B., Vassal, G., Opolon, P., Dirven, C.M.F., Morizet, J., Laudani, L., Grill, J., Giaccone, G., Vandertop, P.W., Gerritsen, W.R., van Beusechem, V.W. (2004) Oncolytic activity of p53-expressing conditionally replicative adenovirus AdD24-p53 against human malignant glioma.
Trendanalyse
Biotechnologie 2004 Over gentherapie wordt gezegd: "De toepassing van gentherapie was oorspronkelijk sterk gericht op eenvoudige, monogenetisch bepaalde, erfelijke aandoeningen zoals hemofilie, taaislijmziekte en aangeboren immuundeficiënties. Dergelijke ziekten zijn vrij zeldzaam en behoren tot de zogenaamde weesziekten. In het verleden zijn grote verwachtingen gewekt met betrekking tot het genezen van tal van (chronische) ziekten. Deze verwachtingen zijn niet waar gemaakt, hoewel er inmiddels wel positieve ontwikkelingen zijn te melden. Momenteel worden toepassingen ontwikkeld voor complexere erfelijke aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en kanker. Het is echter niet erg waarschijnlijk dat op korte termijn grootschalige toepassingen gerealiseerd kunnen worden. Dit heeft tot gevolg dat de farmaceutische industrie uit economisch oogpunt vooralsnog weinig prikkels heeft om zulke toepassingen verder te ontwikkelen. Het ontwikkelen van toepassingen van gentherapie voor zowel de complexe chronische zieken als van de weesziekten zal dan ook sterk afhankelijk blijven van onderzoek in academische centra." De PDF file van het rapport is 139 kb en is te downloaden van de COGEM website. De Trendanalyse Biotechnologie 2004 is ook per post aan te vragen door een e-mail te sturen naar de COGEM: info@cogem.net De
bovengenoemde Trendanalyse Biotechnologie 2004 is mede gebaseerd
op een tweetal achtergrondstudies. De studie Ontwikkelingen in de
biotechnologie is opgesteld door het secretariaat van de Commissie
Genetische Modificatie (COGEM), en de studie Een internationale expertvisie
op biotechnologie is opgesteld door Schuttelaar & Partners.
Oncolytic adenoviruses are under development as new tools for cancer therapy. These agents specifically replicate in and kill cancer cells. In preclinical studies, their anti-cancer efficacy appears promising. However, when used as monotherapeutic agents, they have so far shown only limited effects in clinical trials. In a new issue of the Journal of Experimental Therapy and Oncology, Dinja Oosterhoff and Victor van Beusechem review the strategies to design oncolytic adenoviruses and the findings with oncolytic adenoviruses in clinical trials. In addition, they discuss several ways under study to enhance the efficacy of oncolytic adenoviruses, such as tropism modification, insertion of therapeutic transgenes and combination with chemo-, radio- or enzyme prodrug therapy. Oosterhoff, D., van Beusechem, V.W. (2004) Conditionally replicating adenoviruses as anticancer agents and ways to improve their efficacy. J. Exp. Ther. Oncol. 4(1):37-57. Online access: Article
Er is een nieuwe oproep ('call') van de EU voor life science projecten, FP6-2004-LIFESCIHEALTH-5. Er worden diverse thema's genoemd die specifiek gericht zijn op gentherapie. De tekst van de nieuwe call kan worden gevonden via deze link. Een overzicht van de thema's staat hier. Het is een goede kans voor Nederlands gentherapieonderzoekers te gaan participeren in Europese netwerken en significante fondsen te verwerven. Bij aanvragen kan het EG-Liaison kosteloos en onafhankelijk assisteren.
Primeur Onderzoekers
van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hebben een loszittende
heupprothese weer vastgezet door gebruik te maken van een
aangepast
adenovirus. In
Nederland worden ieder jaar ongeveer 20.000 heupprothesen geplaatst bij patiënten
met destructie van het gewricht door reuma of artrose. Ongeveer 10% van de
heupprotheses gaat binnen 10 jaar loszitten. Doordat
de ruimte tussen prothese en bot zich vult met ontstekingscellen die de
botstructuur aantasten laat de prothese los. Een loszittende heupprothese
veroorzaakt veel pijn en invalideert. De standaardbehandeling is het plaatsen
van een nieuwe prothese, maar de conditie van veel oude mensen is voor zo’n
grote ingreep te slecht. In het LUMC is nu een methode ontwikkeld om die
ontstekingscellen te vernietigen. In de ruimte tussen prothese en bot worden
adenovirusvectoren gebracht waarin een gen coderend voor een prodrug-activerend
enzym is geplaatst. De ontstekingscellen nemen de vector op en maken het enzym.
Op dezelfde manier spuit men enkele dagen later de prodrug in. Dit wordt door
het enzym omgezet in een kortwerkend vergif dat de ontstekingscellen zeer
effectief doodt. Vervolgens worden via drie of
vier gaatjes, geboord in het bot rond de prothese, dode cellen
weggezogen en wordt de lege ruimte op die plaatsen opgevuld met botcement dat
snel hard wordt en de prothese fixeert. Deze
methode wordt
op veiligheid getest en is
nu voor de eerste maal met succes uitgevoerd. "De patiënt kan al weer een
aantal meters lopen en wordt niet meer gekweld door nachtelijke pijn. We zijn
optimistisch, maar toch maakt een zwaluw nog geen zomer en is er nog een lange
weg te gaan." aldus Dr. Rob Nelissen, één van de betrokken onderzoekers.
De eerste studie zal maximaal twaalf patiënten omvatten.
Er is een wijziging van kracht geworden in het besluit genetisch gemodificeerde organismen. De wijziging heeft ook implicaties voor instituten waar klinische gentherapiestudies worden uitgevoerd. Naast de BVF, zal er ook een milieuveiligheidsfunctionaris moeten worden aangesteld. bron: Staatscourant 27 mei 2004, nr 99/ pag. 17
De CCMO heeft een eerste evaluatie uitgebracht over de bescherming van proefpersonen. Eind mei zal de staatssecretaris van Volksgezondheid het rapport aanbieden aan de Eerste en Tweede Kamer. In het rapport wordt ook ingegaan op het gentherapieonderzoek in Nederland. Het rapport stelt ondermeer: "De centrale commissie ziet daarom graag dat de huidige wet- en regelgeving wordt aangepast zodat voor gentherapie één overheidsinstantie eindverantwoordelijk is voor en de regie voert bij de beoordeling van dit type onderzoek."
Het
rapport is te vinden op de nieuws site van de
CCMO, onder
de kop "Eerste evaluatie bescherming proefpersoon".
News from the gene therapy field: Avigen Discontinues Trial of Hemophilia Gene Therapy In what might be another blow to the field of gene therapy, a small biotechnology company is discontinuing its closely watched attempt to treat hemophilia, apparently because its trial ran into technical and safety problems. The company Avigen, said yesterday that it was ending the hemophilia trial so it could shift its strategic focus to neurological diseases. But it also said that the hemophilia therapy faced "certain scientific, regulatory and clinical hurdles." Dr. Mark A. Kay, a professor at Stanford who was helping conduct the trial, said some safety issues had arisen. He said he had been asked by Avigen not to discuss them until the company conducts a conference call with investors this morning. "There hasn't been anything really severe in regards to patients getting sick or what have you, but there are some safety hurdles that will have to be overcome," Dr. Kay said. "There are things in the human trial that weren't predicted in animal studies." The hemophilia trial was closely watched because the treatment showed some hints of working, which could have made it one of the first successful gene therapies. Dogs have been essentially cured of hemophilia using the approach, and Bayer licensed the rights to Avigen's treatment. Read more on the New York Times website. link Read more on the avigen website. link
In het nieuwste nummer van het medisch vakblad New England Journal of Medicine besteedt Anton Berns (NKI, Amsterdam) aandacht aan het optreden van leukemie in twee patiëntjes die gentherapie hadden ondergaan. In
het commentaar maakt Berns aannemelijk dat het optreden van leukemie in deze patiëntjes niet alleen te wijten is aan het ontregelen van het lmo-2
gen door het geïntegreerde retrovirus. Ook het met een retrovirus ingebrachte
therapeutisch gamma-C gen zou ook oncogene activiteit kunnen hebben. Het
zou de combinatie van ontregelde lmo-2 en gamma-C expressie Dat is op zich goed nieuws voor het gebruik van retrovirus vectoren met andere genen. De kans dat het gebruik hiervan leidt tot oncogene transformatie zou wel eens kleiner kunnen zijn dan we nu verwachten op basis van de bijwerkingen in de X-gebonden SCID studie. Het complete artikel is te lezen in: Berns, A. (2004) Good news for gene therapy N. Engl. J. Med. 350: 1679-1680 [medline]
De Commissie Genetische Modificatie (COGEM) geeft een elektronische nieuwsbrief uit met informatie over haar activiteiten. Uit kunt zich hiervoor inschrijven via de link op de COGEM website.
De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) heeft een nieuwe jaarverslag uitgegeven met o.a. een overzicht van de door haar behandelde gentherapieprotocollen. Het jaarverslag is te downloaden van haar site.
Human adenoviruses have been adopted as attractive vectors for in vivo gene therapy since they have a well-characterized genomic organization, can be grown to high titres and efficiently transduce a wide spectrum of dividing and non-dividing cells. However, the first-generation of adenoviral (Ad) vectors yielded only transient expression of the transgene in most immunocompetent mice. This constituted a major limitation of this early vector type. In contrast, persistent transgene expression can be established in immunodeficient mice. This suggests that the immunogenicity of adenoviral vectors limits the effective period of adenovirus-based gene therapy. Much effort has been put in devising strategies to circumvent the limitations imposed onto gene therapy by the immune system. Improvements in vector design have significantly improved the performance of the adenovirus vectors. The immune responses against adenoviral vectors and their transgene products have been extensively reviewed by Erik Schagen and Martine Ossevoort in a paper in Critical Reviews in Oncology / Hematology. In addition, strategies for evading or blunting these responses have been discussed in the manuscript. Schagen, F.H.E., Ossevoort, M., Toes, R.E.M., Hoeben, R.C. (2004) Immune responses against adenoviral vectors and their transgene products: a review of strategies for evasion. Crit. Rev. Oncol. Hemat. 50: 51-70.
In the April 15 issue of Cancer Research (vol 64, p2663-2667, 2004), Jan Carette and colleagues from the VUMC Amsterdam show that gene expression silencing by RNA interference can be applied in the context of oncolytic adenoviruses. They constructed conditionally replicating adenoviruses (CRAds) expressing short hairpin RNAs targeted against firefly luciferase and showed that these viruses, while replicating in cancer cells, specifically silenced expression of the target gene. According to Victor van Beusechem, senior author of the paper, "this proof-of-concept study opens the way to construct new CRAds that more effectively kill cancer cells. We and others have previously shown that CRAds can be made more oncolytic by inserting a pro-apoptotic transgene. Now, it should also be possible to augment CRAd potency by inhibiting expression of an anti-apoptotic gene in cancer cells. To this end, we are currently constructing CRAds capable of silencing several candidate anti-apoptotic targets. Carette JE, Overmeer RM, Schagen FH, Alemany R, Barski OA, Gerritsen WR, Van Beusechem VW. (2004) Conditionally replicating adenoviruses expressing short hairpin RNAs silence the expression of a target gene in cancer cells. Cancer Res. 64:2663-7
In a recent issue of Clinical Cancer Research (vol 10, p61-67, 2004), Adhiambo Witlox and colleagues from the VUMC Amsterdam together with collaborators from the AMC Amsterdam, the USA and Spain describe treatment in animals of osteosarcoma (OS), a highly malignant bone tumor, with conditionally replicative adenovirus (CRAd). Because primary OS cells from patients were found not to express the adenovirus receptor CAR, a CRAd variant with tropism expanded towards integrins was used. This virus was highly active in killing OS cell lines and primary OS cell cultures. Moreover, injection of the CRAd into established human chemotherapy-resistant OS xenografts caused a significant tumor growth delay. In treated tumors, evidence for CRAd replication and post-therapeutic changes of necrosis and fibrosis were found. Victor van Beusechem, co-author on the paper, stated "This work suggests that the integrin-targeted CRAd may have potential for use in OS treatment. However, the main threat for patients with OS is not the primary tumor, but the metastatic disease in the lungs. Therefore, we are now directing our attention in this project towards systemic CRAd delivery rather than intratumoral injection." Witlox AM, Van Beusechem VW, Molenaar B, Bras H, Schaap GR, Alemany R, Curiel DT, Pinedo HM, Wuisman PI, Gerritsen WR. (2004) Conditionally replicative adenovirus with tropism expanded towards integrins inhibits osteosarcoma tumor growth in vitro and in vivo. Clin. Cancer Res. 10:61-7.
In the Journal of Virology (vol 78: p.3470-3479) Jort Vellinga and co-workers of the Leiden University Medical Center show how the capsid of adenoviruses can be modified to change the tissue tropism of these vectors. To this end new ligands were fused with the C-terminus of the minor capsid protein IX. To increase the accessibility of the new ligands, a protein ‘arm’ was used to lift the ligand from the surface of the capsid. “Modification of pIX allows 240 copies of the new ligands to be added to the particle’s surface” commented Rob Hoeben, senior author of the paper. “This offers a new and flexible approach for vector targeting. Specificity is a key issue in many applications of adenovirus vectors such as gene therapy and vaccination. This technology may be broadly applicable to increase the cell type specificity of the vectors.” Vellinga,
J., Rabelink, M.J.W.E., Cramer, S.J., Van den Wollenberg, D.J.M., Van der Meulen,
H., Leppard, K.N., Fallaux,F.J., Hoeben, R.C. (2004) Spacers increase the
accessibility of peptide ligands linked to the carboxyl terminus of the
adenovirus minor capsid protein IX. J.Virol. 78: 3470-3479.
A new and interesting approach to cancer gene therapy has recently been described by Michelle de Graaf and her collaborators from the Amsterdam VUMC and Groningen RuG in Human Gene Therapy Vol 15 p299-238 (2004). The efficacy of suicide gene therapy or enzyme-prodrug therapy is limited due to inadequate gene transfer. The authors hypothesized that a secreted tumor-targeted enzyme would lead to diffusion of the enzyme through the tumor and thus an improved therapeutic effect. They constructed an adenovirus vector encoding secreted human beta-glucuronidase fused to a human single chain Fv against the tumor antigen EpCAM. They showed diffusion and tumor targeting of the fusion protein in multicellular spheroids treated with the adenovirus. Intratumoral administration of the adenovirus into human tumor xenografts combined with doxorubicin prodrug administration showed an improved anti-tumor effect when compared to treatment with prodrug alone. Thus they have shown that a secreted, targeted enzyme may be useful for suicide gene therapy. MICHELLE DE GRAAF, HERBERT M. PINEDO, DINJA OOSTERHOFF, IDA H. VAN DER MEULEN-MUILEMAN, WINALD R. GERRITSEN, HIDDE J. HAISMA, and EPIE BOVEN (2004) Pronounced Antitumor Efficacy by Extracellular Activation of a Doxorubicin-Glucuronide Prodrug After Adenoviral Vector-Mediated Expression of a Human Antibody-Enzyme Fusion Protein Hum. Gene Ther. 15: 299-238.
KWF Kankerbestrijding voert met ingang van 2004 een aanvullende vorm van projectfinanciering in voor klinisch gerelateerd kankeronderzoek. Onder het te stimuleren gebied valt translationeel, vroeg-klinisch en klinisch-diagnostisch onderzoek, waarbij sprake is van een duidelijke wisselwerking met de laboratoria waar de pre-klinische studies zijn uitgevoerd. Met deze nieuwe subsidievorm wil KWF Kankerbestrijding een bijdrage leveren aan het opheffen van bestaande knelpunten in deze onderzoeksgebieden. Deze subsidie behelst financiering voor projecten met een looptijd van maximaal twee jaar en voorziet in een maximale subsidie van € 100.000,-- op jaarbasis, waarbij vergoeding van zowel personele als materiële kosten aangevraagd kan worden. Afhankelijk van de omvang van de aanvragen kunnen voor deze eerste ronde tussen de 6 en de 10 projecten voor subsidie in aanmerking komen. De eerste indieningsdatum voor deze nieuwe subsidieregeling zal is 1 september 2004. Het streven is om de projectleiders van de projecten die vóór 1 september 2004 zijn ingediend eind december 2004 op de hoogte te stellen van de beslissing van het bestuur van KWF Kankerbestrijding. Informatie over volgende indieningsronden zal bekend gemaakt worden na afloop van de eerste ronde. Informatie over deze en andere subsidieregelingen van KWF Kankerbestrijding is te vinden op onze website www.kwfkankerbestrijding.nl onder het kopje 'onderzoekers' of kan worden opgevraagd bij de afdeling Research Coördinatie (tel: 020-5700520, e-mail: rc@kwfkankerbestrijding.nl
De 'Greiner award' 2003 voor het beste proefschrift op het gebied van de gentherapie is uitgereikt aan Marjolijn van der Eb uit Leiden voor haar proefschrift 'Gene Therapy for Solid Tumors'. Marjolijn promoveerde aan de Universiteit Leiden bij Prof. dr. C.J.H. van de Velde en Prof. dr. R.C. Hoeben. Het onderzoek werd uitgevoerd bij het Leids Universitair Medisch Centrum.
Op
verzoek van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het
Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) in samenwerking met de
Nederlandse Vereniging voor Gentherapie (NVGT) onderzoek gedaan naar genetische
doping. Het onderzoek wijst uit dat genetische doping de sportieve prestaties
kan verbeteren, binnen vijf jaar zijn intrede zal doen, kan leiden tot ernstige
gezondheidsschade en op dit moment niet kan worden aangetoond bij de
dopingcontrole. Het NeCeDo heeft de staatssecretaris geadviseerd om de
ontwikkeling van een detectiemethode voor genetische doping op mondiaal niveau
te bevorderen, sporters uitvoerig te informeren over de mogelijke gevolgen van
genetische doping en de regelgeving aangaande genetische materialen vanuit het
oogpunt van misbruik voor doping doeleinden nader te bezien. Download hier het rapport van de NeCeDo.
E Bij patiëntjes met X-gebonden SCID is het afweersysteem ernstig gestoord door een mutatie in het gamma-C gen. In een Franse studie werd, met behulp van een retrovirale vector, een functioneel gamma-C gen teruggeplaatst in beenmergstamcellen van patiëntjes. Hiermee werd het afweersysteem in deze SCID patiëntjes hersteld. Het artikel van Davé en
collega’s maakt aannemelijk dat het optreden van leukemie in twee van de
behandelde patiëntjes niet alleen te wijten is aan het ontregelen van het lmo-2
gen door het geïntegreerde retrovirus. Ook het met een retrovirus ingebrachte
therapeutisch gamma-C gen zou ook oncogene activiteit kunnen hebben. Het
zou de combinatie van ontregelde lmo-2 en gamma-C expressie Dat is op zich goed nieuws voor
het gebruik van retrovirus vectoren met andere genen. De kans dat het gebruik
hiervan leidt tot oncogene transformatie zou wel eens kleiner kunnen zijn dan we
nu verwachten op basis van de bijwerkingen in de X-gebonden SCID studie. Het complete artikel is te lezen
in:
Dave UP, Jenkins NA, Copeland NG. Gene therapy insertional mutagenesis insights.
Science (2004) Vol. 303: blz. 333 [link]
Goed nieuws: VWS heeft het programma Translationeel Gentherapeutisch Onderzoek goedgekeurd! Hierdoor zal op termijn een bedrag van 15,8 miljoen euro beschikbaar komen voor de vertaling van preklinische data naar klinische studies. "Dit is een grote stimulering voor het gentherapie onderzoek in Nederland. Het weerspiegelt de vooraanstaande positie van het experimentele gentherapie onderzoek in Nederland." aldus Prof. Rob Hoeben. De call zal zeer binnenkort verschijnen op de ZonMw website (www.zonmw.nl) en in de Mediator van februari. De deadline wordt hoogstwaarschijnlijk 1 april 2004. Meer informatie vindt U hier.
Herpes Simplex Virus thymidine kinase (HSV-tk) is the archetypical prodrug-activating enzyme used for suicide gene therapy. It converts ganciclovir to a toxic nucleotide analogue that inhibits nuclear DNA synthesis. Some years ago it was however demonstrated that non-mitotic tissues, i.e. hepatocytes, are also very sensitive to ganciclovir. In a recent issue of J.Gene Med., Marjolijn van der Eb and collaborators report that high amounts of ganciclovir nucleotides accumulate in the liver mitochondria of rats treated by the HSVtk/ganciclovir suicide system. This is associated with ultrastructural abnormalities, a decreased mitochondrial membrane potential, and a reduced amount of mitochondrial DNA. Subsequently, severe liver dysfunction becomes apparent. These data provide evidence for the involvement of mitochondria in the hepatotoxicity of the HSV-tk/ganciclovir prodrug activating gene therapy scheme. Van der Eb et al., Ganciclovir nucleotides accumulate in mitochondria of rat liver cells expressing the herpes simplex virus thymidine kinase gene. J Gene Med. 2003; 5:1018-27
De Greiner Award is een jaarlijks toegekende prijs voor het beste proefschrift of de beste publicatie op het gebied van de gentherapie. De commissie Wetenschap fungeert als jury. Voorwaarde voor toekenning is dat het beschreven werk uitgevoerd is binnen een Nederlands instituut. Voordrachten kunnen worden gericht aan het secretariaat, en dienen binnen te zijn voor 1 februari 2004.
Stealth technologie Recent verscheen een artikel van Martine Ossevoort en Birgit Visser in het blad Gene Therapy, waarin de auteurs beschrijven hoe zij een nieuwe strategie om cellulaire eiwitten onzichtbaar te maken voor het immuunsysteem ontwikkelden. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van een remmer van proteasomale degradatie. Deze remmer is afkomstig uit het Epstein-Barr Virus. De samenvatting van dit artikel is te vinden in Pubmed .
Ossevoort, M., Visser, B.M.J., Van den Wollenberg, D.J.M., Van der Voort, E.I.H., Offringa, R., Melief, C.J.M., Toes, R.E.M., Hoeben, R.C. (2003) Creation of immune 'stealth' genes for gene therapy through fusion with the Gly-Ala repeat of EBNA-1. Gene Ther. 10: 2020-2028.
|
|
Neem contact op met de
webmaster met vragen
of opmerkingen over deze site. |